Huurcontracten

4 pondematen bouwland gelegen op de Ies  (kad. nr. 656-657)

Behoorde (sinds 1742) bij kerk-boerderij stem nr. 14


Kerkeboek als uitgaaf in 1742:

1742 Den 9 Maart heeft e Administreerde Kerkvoog Sijbren Pijters de Wijte aen Douwe Minnema tot Lollum betaald als actevaarijus van de verkoopinge van de landen van de Jufvrouwe J:M: van Nijsten voor uitgeschooten strijkgeld en (schaarijen?) Exspensen betaald de somma van 
(AAB: Douwe Minnema is schoolmeester te Lollum)
70-12-12
1742 Wijders brengt de rendant nog uitgaaf in Rekeninge aan de voorengenoemde Juffrouwe J: M: van Nijsten daar toe telling van de Bijsitter A. van Elselo betaald de somma van drie hondert vijftig Car. Guldens sijnde de geregt helfte van de coopschat van vier pondemaate bouland liggende op de Ies tot Schettens staande deese quitantie op het coopbrief aldus'   350:0:0
1743 'Den 10 Augusto hebben de kerkvoogden Douwe Douwes Postemus en Sijbren Pijters de Wijte als gelastijge weegens de kerk het twee en laatste termijn van de vier pondemaate bouw land geleegen op de ijes betaald aan de verkooper juffer Johanna Maria van Nijsten ten somma van driehondert vijftig Car:Guldens onder kortinge van seeven en twintig car:guld: strijk en verhoog gelden en alsoo aan suijver geld de somma van drie hondert drie en twintigh Car:Guldens aan suijver geld, volgens quitantie staande op het coopbrief met no. 9
Aldus' 
323:0:0
1742 Wijders bringt de Rendant Sijbren Pijters voor ontfan in Reekeninge van Strijk en verhooggelden de landen die door Juffrouwe J.M. van Nijsten verkogt sijne en bi de kerkvoogden van Schettens vier Ponde maaten gekogt sijn de strijk pinningen bedraagen tot saamen 15-2-8
1742 De 9 9ber heeft de Rendant aan Douwe Minnema (pra buiren Posteland) tot Lollum betaald weegens onkosten gevallen van de vier pondemaate bouland gelegen op de Yes de somma van  2-16-8
1743 Wijders heeft de Rendant aen de ontfanger Sijbren Pijters betaald weegens de reele honderste pingen van de vier ponde Maate los land voor de kerk van Schettens 3-13-12

Johanna Maria van Nijsten werd als 16e kind, van de 19 (!), geboren op 20 oktober 1674. Waarschijnlijk op Harsta State te Hogebeintum, waar hun ouders Bartel van Nijsten en Margaretha Huijch ook getrouwd waren. In de kerk van Hogebeintum liggen vele zerken van deze ouders en kinderen, waaronder onze Johanna Maria. Zij overleed op 20 april 1748, dus enkele jaren nadat ze bovengenoemde 4 pondemaat land verkocht.

Van het 5e kind van Bartel en Margaretha, Petrus Florentius van Nijsten, is bekend dat hij op Harsta State is geboren. Het is dus waarschijnlijk dat Bartel van Nijsten met zijn huwelijk d.d. 6 januari 1656 aldaar is komen wonen.

Dit is ook te plaatsen in de tijdlijn. Namelijk in 'Stinsen en States' staat het volgende:

'Als eerste bewoner wordt in de vijftiende eeuw Rummert Harsta genoemd. Door vererving kwam de state later in het bezit van de families Heslinga en Aysma. De families Nijsten, Coehoorn en De Schepper, waarvan de achttiende eeuwse rouwkassen en wapenborden in de dorpskerk hangen, kwamen daarna in het bezit van de state.'

Focke Hotzes van Aysma, getrouwd met IJmck Buwesd. van Jeltinga, waren namelijk de vorige eigenaars van de state. Hun grafsteen staat in de kerk van Hogebeintum opgesteld (zie artikel hierover). Focke overleed in 1651, IJmck in 1653.

Waarschijnlijk/misschien is de state, via erfenis, in 1653 terecht gekomen bij IJmck van Jeltinga, hierna naar haar zus Aefke van Jeltinga, die getrouwd was met Pieter van Nijsten. Aefke overleed in 1656, waarna de state wellicht naar hun zoon Bartholomeus van Nijsten ging. Zij waren in ieder geval bewoners van de state. Hun dochter Johanna Maria van Nijsten verkocht dus de genoemde 4 pondemaat grond te Schettens in 1742. 

Het is vergezocht, maar het kan zo zijn, dat deze lap grond, afkomstig is uit de Aysma familie en op dezelfde wijze is vererfd als de state. Een broer van bovengenoemde Focke was namelijk Schelte van Aysma, die bewoner was van Osinga State te Schettens. 

 

Verhuur condities uit 1850:

Ten Vierden. Een bunder twee en zeventig roeden, veertig ellen genaamd het Fintje met de Yester bekend ten kadaster van de Gemeente Witmarsum sectie C op N 656 en 657 hebbende ten noorden het volgende perceel, ten oosten Douwe de Boer en zuiden de Vaart en ten westen Pallandt, moetende dit perceel twee dammen onderhouden en het Zet aanaarden, thans in gebruik bij Durk D. Flapper.

4 pondematen is 1,4712 hectare.  (pondemaat is 0,3678 hectare)

Een bunder is een hectare en een roede is 100m2, dus een bunder en twee en zeventig roeden is: 17200 m2.

Kadastraalnr. 656 Witmarsum C, is 290 m2 en is hierboven op het kaartje te zien, net over de brug in het zwart getekende perceel. Daarnaast ligt het veel grotere perceel nr. 657, dat 16950 m2 groot is. Beide bijelkaar zijn dus 17240 m2 (=4,69 pm). Dit is dus bijna gelijk als de 'verhuurcondities' hierboven vermeld.

Perceel 662 is volgens de 'kadastrale atlas fan Fryslan' van 1832, totaal 22410m2 groot (6 pm)

Alle 3 percelen over de brug zijn dus gezamenlijk 39630 m2 (10,77 pondematen)

http://members.lycos.nl/heidenskipster/id39.htm

Een jister is de lokatie waar in de zomer, als de koeien in het weiland lopen, de koeien worden gemolken. De koeien liepen dan op een klein stukje weiland, dat was gemakkelijker bij het melken; je hoefde dan niet zo met de melk te sjouwen. Je molk in die tijd nog met de hand, en je liep dan van koe naar koe

 

 

http://www.homepages.hetnet.nl/~ra_faber/Nammenhuz.htm

Huzumer Jister, De
(D59 of 60)

Sjoch ek: De Melkjister.

Kad.: D59 en/of D60.

D60 (V.d.Veer); ek D59 (O.Mellema); it ln boppe D59 (Santema);

D60 (Annema 1978).

De keaplju mochten it fee op 'e Huzumer jister (D60) weidzje litte fan 'e std nei de Wlden en vice versa (V.d.Veer 1978).

1750: "de Huisumer Yester" (Roarda s.j., s.27; Q 12 s.161).

1891: "de Huizumerijester" (Dam 1979, s.55).

Ferklearring: skieppekamp; tn; ffredige romte foar it fee; melkersstee foar it fee (Beetstra, 1987, s. 241-242).

.