Uit: Bolswards Nieuwsblad van 30 juli 1954


PINGJUMER (ALEF VAN AGGEMA) TEKENDE VERBOND DER EDELEN

Patriot Frans de Boer secretaris van Wonseradeel

Carmignole rond de vrijheidsboom

Pingjum heeft een rijk verleden en het zou zeker de moeite lonen de geschiedensi van dit dorp grondig na te vorsen en te boek te stellen. Trouwens dit geldt voor geheel Wonseradeel. De geschiedenis van het ene dorp grijpt in die van het andere. Zowel de opbouw van het dijkenstelsel, de structuur van de grond, de politieke als de kerkelijke geschiedenis van deze grietenij zijn hoogst merkwaardig. Wellicht ligt hier voor het gemeentebestuur een taak. Voorbeelden elders (Smallingerland b.v.) laten zien welk een schat er bijeen kan worden vergaard ten nutte van het "geakunde-onderwijs" en tot leringe van de burger van heden. Wat wij hier weergeven heeft allerminst de pretentie een bijdrage in deze richting te zijn. Wij geven slechts een "hap en een snap" om de belangstelling van de lezer te wekken.

Aggema-Slot

Allereerst dan iets over het voormalige Aggema-slot (of de Grote Kampen) tussen Pingjum en Witmarsum. Dit eens zo belangrijke slot is vermoedelijk gebouwd in 't laatst der 15e eeuw door Alef Aggema, wiens vader Pieter Walta heette. Men had in die tijd nog geen vaste achternaam en zo noemde Alef zich Aggema naar zijn grootvader Agge. Deze kreeg een zoon Pieter, die op zijn beurt weer zes kinderen kreeg, waarvan Alef er een was. Van Alef is bekend, dat hij in 1566 het verbond der edelen tekende (in gemoede: leert men deze dingen de Pingjumer jeugd? Hoe gaat een dood jaartal leven!) Het kwam hem echter duur te staan. Hij werd verbannen met verbeurdverklaring van zijn goederen. Een kleinzoon van deze had weer zoon Pieter, die door zijn huwelijk in 't bezit kwam van 't Huis Rensema op de Mede te Groningen. Hij noemde zich "Heer van de Kampen tot Wytmarsum, van Alma en Rensema, Jonker en Heveling op de Meden"(!).
Toen hij kinderloos overleed kwam de heerlijkheid, groot 63 pondemaat en 10 einzen aan 't geslacht Clant, dat zich sedert noemde Clant van Aggema (1700), dat echter niet lang bezitter is gebleven. 't Slot met het front naar Pingjum, zag er destijds prachtig uit en kon roemen op veel geboomte en heerlijke tuinen. Op het stemkohier van 1728 staat het ten name van Reintje A. de Boer, wed. Gaastra te Workum.

Frans, de patriot

De laatste bewoner van Aggemaslot was omstreeks 1780 Frans de Boer. Frans nam ijverig deel aan de staatkundige beweging  van zijn tijd. Als Patriot was hij secretaris van de Bataillons-krijgsraad en adverteerde in die kwaliteit:

"dat het Bataillon in Wonseradeel denkt de exerceren en manoeuvreren Zondag 14 Juli 1787, 's namiddags 4 uur te Pingjum".

Na het herstel van het prinselijk gezag kort daarna, trachtte men het in zijn eigen huis gevangen te namen, doch hij ontvluchtte over 't bruggetje van de slotgracht, juist toen zijn vijanden voor aan de poort stonden. Hij ontweek naar Bremen. Zijn vrouw en 8 kinderen volgden hem des winters in een huifkar. Later keerde Frans de Boer terug naar Kampen, waar hij met de uitgeweken Paulus Scheltema een houthandel heeft gedreven. Eerst in 1795, toen de revolutie een feit was, keerde Frans naar Friesland terug. Hij werd er feestelijk begroet, vooral te Arum. Uit het verslagvan de planting van de vrijheidsboom aldaar (24 Febr. 1795) lezen we o.a.:

"Nauwelijks was de plegtigheid geeindigd of wij werden op het onverwagtst onderricht, dat de Burger Frans de Boer, een der Friesche uitgewekenen ons met een bezoek stond te vereeren. Men verzogt onzen vaderlandslievenden leeraar om deselve te verwelkomen. De Burger Frans de Boer in ons dorp op de buurt komende werd door den Burger Elt Jacobs, lid der municipaliteit ontvangen en door ons waardigen leeraar zeer gepast  en hartelijk, onder het geven van de hand van broederschap uit ons aller naam verwelkomd, 't wel Z.Ed. (!!) ook vriendelijk beantwoordde.

"Burger" Frans de Boer werd na deze intocht spoedig secretaris van Wonseradeel. Waarom hij kort daarna verhuisde, eerst naar Boornbergum en eindelijk naar Leeuwarden, waar hij omstreeks 1814 overleed, vonden we niet genoteerd. Hij was getrouwd met de dochter van de predikant Horreus te Kimswerd en rust bij die familie in het koor der kerk. In 1791 hadden familieomstandigheden hem reeds gedwongen Aggemaslot bij afbraak te verkopen. Het .. bevatte toen: grote benedenkamer, dito voorhuis, blauwe zaal (beleed (?), keuken, washuis en boven grote zaal ("de witte" genaamd), schrijfkamer, knecht- en meidenkamer, beneden nog drie kelders "met wulften onder 't huis" enz.

Carmignole.....

De patriottische geest van Frans heeft blijkbaar bevruchtend op de Pingjumers gewerkt: de eerste vrijheidsboom in Wonseradeel werd hier geplaatst. Van deze plechtigheid (op 14 Febr. 1795) vinden we het volgende ooggetuigeverslag:

"Middags 2 ure kwam het sedert 1787 gedesolveerde vrijcorps voor het eerst weer onder de wapens. Twintig jonge vrijsters, die in kledings als onderszins de heuglijke gebeurtenis opluisterden, volgde de vrijheidshoed en de nationale vlag onder het geblaas en speelen der muzikanten naar de plaats waar de vrijheidsboom geplant zou worden. Daar gekomen, trokken de vrijsters uit, vergezeld van een commando uit het gewapend corps, om de gecommitteerden te halen, die onder speelend muziek den kring der gewapende mannen werden binnengeleid. In ronden kring om den boom geschaard, hield de burger M. Tresling, leeraar onder de voorstanders der bejaarde doop, een toespraak, die driemaal met een algemeen gejuich wierd begroet, waarop burger J. Bakker een gepast vers voordroeg, wederom driemaal met gejuich begroet. Ten slotte had er een vroolijke dan der vrijsters plaats (carmignole) onder het spelen der muzikanten en het galmen der vrijheidsliederen. De vroolijkheid is met de grootste bedaardheid afgelopen..."

Vergane glorie

Het lot van Aggemaslot werd door andere state gedeeld. Vroeg of laat volgde de afbraak en slechts de herinnering bleef of wellicht een naam op een homije hier of daar. Zo werd Meinsma-state te Pingjum groot 6 pondemaat reeds in 1768 publiek verkocht en daarna gesloopt. De state werd destijds door de Heer Commies-Generaal Beucker als "plaisierplaats" bewoond. Jan Sjerps en Jelte Sipkes werden kopers. Alles gesloopt en uitgeroeid boden zij te koop aan: 300 ijpen en esschen stammen, 125 vruchtbomen, 100.000 gele drieling en grauwe steen, 10.000 dakpannen en 76 deur en vensterkozijnen" Zo'n opsomming doet ons wellicht een voorstelling krijgen van de glorie die voor altijd verging. En wat het lot van Meinsma-state was - de geschiedenis herhaalde zich on ons verhaald dreigt eentonig te worden - was ook het lot van Hiddema-state, Pibema-state, Waltinga-state, Hania-state, Meilsma-state en Groot Sjoukema (dat in 1776 werk verkocht voor f 100,- per pondemaat !