Bruggen te Schettens

Set

Reeds in het eerste deel van de 'bruggen historie' kwam het woord 'Set'  reeds ter sprake. Toen was mij echter nog niet duidelijk om welke brug het hier ging. Vooral ook omdat enige tijd zowel 'Draai', 'Set' alswel 'Hoog Set' bestonden, bracht dit behoorlijk wat twijvel teweeg. Tot vandaag dacht ik dat Set en Hoog Set hetzelfde waren. Beide werden namelijk genoemd in de oudste kerkeboeken en er zat telkens een periode tussen de verschillende vermeldingen.Ook door het feit, dat de huurder van de kerke-zate in de 'buyren' (nu het Dorpshuis) bij bijna alle vermeldingen staat genoemd, leek het mij logisch dat hiermee de brug naast deze boerderij werd bedoeld.

Toch werd de brug in Schettens vroeger Set genoemd. Dat blijkt uit een aantal vermeldingen in het kerkeboek van Schettens. De eerste vermelding is in 1684, wanneer de kerk 6 stuivers 'betaalt aan Tierck Tiercks voor 't aan eerden van 't set de kercke te last komende'. 

Mede door deze post werd duidelijk hoe een en ander geregeld was. Uit het kerkboek blijkt dat in 1683 en1684 de landen bij deze kerkezate los zijn verhuurd. Er was dus die 2 jaar geen huurder van de boerderij. In dit jaar komt dus de vermelding dat de kerk 6 stuivers betaald heeft voor 'aan eerden'. De  plicht tot aanaarden van deze Set rustte dus op grond van de kerk. Inderdaad was de kerk toen al eigenaar van het stuk grond aan de zuidkant van de Set, dus de kant van de kerk. Dit was de grond waarop de kerkezate was gebouwd. De huurder van de kerkezate heeft dus, volgens huurcontract,  in al die andere jaren de plicht gehad om de Set aan te aarden. Dit hield in, dat hij bij bijvoorbeeld verzakkingen dit moest herstellen. De aanloop van de Set (brug) was gemaakt van aarde, vergelijk dit maar met het Viadukt of de nieuwe hoge betonbrug in Schettens. Dat verklaart ook dat er later geen kosten  meer zijn gemaakt inzake 'aanaarden'.

Vervolgens geeft dit 'aanaarden' opnieuw verdere zekerheid omtrent de namen van de bruggen.

Dit staat in de 'conditien' uit 1850 van de verhuur van enige stukken kerkeland (zie ook vorig artikel over De Tille). Hierin worden de stukken land los verhuurd, die tot 1841 bij de bovengenoemde kerkezate hoorden. In dit jaar werd deze boerderij afgebroken en niet herbouwd. 

Bij het vierde perceel, kadastraal nr. 656-657 staat:

'...moetende dit perceel twee dammen onderhouden en het Zet aanaarden....'

De percelen 656 en 657 werden pas in 1742 gekocht en hier ligt opnieuw het bewijs dat de brug in Schettens 'Set'  heette. Deze stukken land lagen precies aan de andere kant van de brug en hierop lag dus de plicht om aan die kant van de brug de Set 'aan te aarden'. De kerk was nu dus eigenaar van het land aan beide zijden. Overigens had dit stuk land nog een mooie naam: 'het Fintsje met de Yester'. Bij boeren is 'jister' nog steeds een gebruikte naam om het vee te verzamelen voor het melken.

Het Set was de voorloper van de 'draaibrug'. Met de bouw van de draaibrug in 1876, werd het Set afgebroken zijn om zijn plaats in te nemen. In de reeds eerder genoemde overeenkomst van 1874, waarin e.e.a. betreffende de nieuwe draaibrug wordt vastgelegd, staat het volgende:

Dat in plaats van het zet over de Witmarsumervart, gelegen aan de perceelen Witmarsum C no. (656) 1217 en no. 976, eene draaibrug met hek daarvoor zijnde daargesteld

In 1706 wordt dezelfde brug 'Hopmans Zet' genoemd. Deze naam is nog niet verklaard, maar kan te maken hebben met het feit dat het stuk land achter het Zet  toen in handen was van de familie Hania. In 1742 koopt de kerkvoogdij namelijk dit stuk land van Johanna Hania van Nijsten, die wellicht afstamde van de familie Hania. Het is bekend dat enige leden van de familie Hania 'hopmannen' waren. Zo was  Tiete Dyes van Hania, die getrouwd was met de Schettenser Beets Janckes van Osinga, ook hopman. 
Een Hopman, was hoofdman (kapitein) van een vendel (compagnie).